Maandelijks archief: maart 2011

country preacher

Beste vrienden, laten we deze stad van versierde soepkommen en ezelsoren achter ons laten.
Laten we opstaan van onze houten stoelen en onze spijkerbroeken, onze zwarte jurken en gymschoenen uit het raam gooien.
Het is tijd, vrienden, om de plakbandhouder en de Russische tafelharp voorgoed vaarwel te zeggen. Om te zeggen: ‘Het spijt me, bicpen, het spijt me, kanonskogel, het spijt me, obsolete, verklede augurkengoden, jullie behuizing van karton en monumentengroen knelt en kriebelt.’
De plattelandspriester heeft zijn gouden graat en zijn weckpotten onder het raam gezet. Wij, vrienden, weten dat het uur van tegelzetten is aangebroken.
Ieder van jullie is met trompet, met wapperende stroken papier hiernaartoe gekomen, en op elk uur van de dag klinkt de roep om geborduurde vaalkatoenen tassen luider. Het wachten is lang genoeg geweest. Het is genoeg.
En vandaag bulkt de zeeolifant, vandaag bulkt uit onze ongebruikte elektrische draadjes één geluid… Rijst, vrienden, rijst!
Laten we dus, vanaf ons eine kleine kleutermuurtje, de vreugde van de lentenacht serieus nemen. Laten we onze ballonbuiken niet meer bepotelen, zoals de neven schreven en de jonge kuikens piepten. Aan ons de taak, vrienden, om de schreefloze R-en te doen knipseren. Aan ons, de ypsilons in elastieken arcolades!
De bibliotheken, vrienden, de toondladders over Hibernatia en de zonnige lijmdradige heuvels… ! Ik dank u.

ce n’est pas ma faute

“Het was een leuke avond, ze was in een goeie bui en ik ook. We hebben gegeten (ik had thai besteld) en gedronken, wijn en rum en een goedje genaamd Kwack. De hele tijd gepraat, over onze vrienden, iedereen die we al zo lang kennen, bijna net zo lang als elkaar, en over onze relaties natuurlijk en onze plannen voor de toekomst… En tenslotte over de films die we onlangs hadden gezien.
Ze vertelde me haar lievelingsfilm, die ze nu al wel honderd keer moet hebben gezien; hoe er elke keer weer iets nieuws in te ontdekken viel, de ene keer zag ze de uitwerking van de tijd op de mensen en de andere keer was het net omgekeerd, soms zag ze het universele, soms het komische, soms het tragische – en dan huilde ze een beetje.
Ik knikte en lachte met haar mee. We spraken ook nog over haar laatste liefde, met wie ze nog steeds niet kan praten. En ik glom een beetje, een heel klein beetje, want ik dacht: wij wel, wij begrijpen elkaar.
Tot slot was er nog een grappig voorval: toen ik haar in haar jas hielp, bleef ze haken en we vielen bijna over elkaar.”

so many wayward pleasures

Ik voelde me dommer
geworden, de tekst die ik moest lezen opende
zich niet meer zo gemakkelijk en gastvrij als daarvoor.
Ik dacht te weten
dat ik nooit wat had begrepen,
dat alles wat ik gemeend had
te menen
gezichtsbedrog of een grap was geweest. Iedere tekst had zich,
tot mijn twintigste ongeveer, probleemloos
aan mijn begrip overgeleverd – los
van de vraag of dat begrip juist was of niet, maar nu
begon ik voor het eerst te twijfelen
over de antwoorden. Ik was, kortom, de inspiratie kwijt: dat
dacht ik. Zo was het, volgens mij. Ik zuchtte, keek sip…
‘Denk je niet dat het tijd wordt
je te specialiseren?’
vroeg de studieadviseur.

“Der Gang der Geschichte nötigt das zum Materialismus, was traditionell sein unvermittelter Gegensatz war”

glans

1
Hij komt thuis en gaat zitten en blijft drie uur achter elkaar zitten. Nu blijft er van de dag niets dan moeheid over, de moeheid houdt hem in haar greep, en nog vecht hij tegen de slaap, niet de eeuwige, maar die van vandaag.
Hij legt geen luisterend oor te rusten bij de onvermoeibare straat. Toch springt zijn gemoed op als hij een holle windvlaag hoort. Gaat het stormen, gaat het jagen, gaat het spoken als in een slecht verhaal, komt er een gebeurtenis, zal er op de valreep nog een moment zijn, dat voor het examen ‘heuglijkheid’ zal slagen?
Maar de wind gaat liggen. Het enige geluid dat hij nog hoort is een veelvuldig-monotoon vervelend, hoor: vaag geronk, onverstaanbaar gemompel, de onbestemdheid van de avond.
Hij zou zo graag, hij zou zo graag de dag afsluiten met iets wat hem in zijn dromen terug kan vangen. Tevergeefs. De wereldgeest is leeg en hij nu ook.

2
Hij denkt: ‘In één keer klassiek worden.’
Hij zegt: ‘Wie is dat lieve poesie dan?’
Kroelt het krioelende leven.
Hij loopt naar de boekenkast en pakt een boek. Het is dik en stevig. Binnenin staan zachte, warm uitlopende woorden.
Hij zegt: ‘Wil je zo graag spelen?’

3
Het komt te hard, het wil te veel. Weer is zijn enige daad het opgeven van verzet, het lekprikken van de dijk, stiekum snel en onbespied, voordat de wraakmeesters komen.
Zij heeft een adem zo heet als een onderaardse oven, ja de oven waarin haar god haar bakte, lemen pop, voordat hij zich met bekendere dingen ging bezighouden.

Ze maalt niet om de kleine uiteinden, rotsen waarover je kan struikelen als je niet uitkijkt. Ze bestrijkt gemakkelijk vier, vijf valleien en daalt af en stijgt op – zachte bergrug. Hij glijdt met vele vingers door de branding, het zand ribbelt of is blubber en hier en daar prikken slecht geknipte schelpen.

Ze besluiten tot spel. Kom, doe nog maar een gooi, als jij wint, beroep ik me op de fotofinish.

4
Ik zie het. Inderdaad, het is ernstig en schrikbarend. Het is zaak hier iets aan te doen, maar we kunnen niet, we kunnen niet, de klok slaat, de ramen trillen, de gekke man neemt het blikje bier ter hand, overal bulkt het uit de tijdgenoten, alles wat we zeiden neemt belachelijke vormen aan, het is lente en we zien onszelf met hetzelfde gemak het ongerijmde opnieuw bewijzen.

5
O zijn omarmde idiote!
Was ze maar klepels aan zijn kloten,
was ze maar moedwil aan zijn misverstand.
Zij loopt niet over van schoonheid,
toch hij brandt.

valse brune

De balans is opgemaakt. De twee vrienden zitten aan tafel, anderhalve meter lichtbruin gelakt hout tussen hen in. Ze hebben elkaar in jaren niet gezien. Nou ja, wat zijn jaren? In de tussentijd wisten ze van elkaars bestaan, voegden korte gedachtes of lange overpeinzingen toe aan de geschiedenis die van hen beiden genoemd kan worden. Zulke geschiedenissen komen, hoe graag de literatuur het ook wil, nooit ten einde.

Maar gezien hadden ze elkaar niet, nee, tot deze avond. Allebei hadden ze vantevoren, toen de afspraak eindelijk gemaakt was –en waarom ook niet, god het is zo lang geleden, ja laten we elkaar weer eens zien– een vaag plan voelen opdoemen. Allebei hadden ze dat plan duidelijker vorm zien aannemen, en naarmate de avond dichterbij kwam dat ze elkaar weer zouden ontmoeten, was het tot bijna onontkoombare proportie gegroeid.

Maar ze waren huiverig geweest het ook als zodanig te benoemen, een plan was het toch niet echt, een plan, dat klonk zo, ja wat is het, in your face, gestold, zeg maar onaangedaan. Terwijl ze alleen maar voor een kop koffie hadden afgesproken.

Toen de één aanbelde en de ander opendeed, konden ze elkaar opgelucht, met net niet te neergeslagen blik begroeten, zinnetjes formulerend als: ‘goh, hoe gaat het?’, ‘ga zitten, ja het is hier wel veranderd’ en ‘nou ja, dat mag ook wel na zo lange tijd’, voorzichtiger: ‘maar het is toch nog wel hoe ik het me herinner,’ ‘ja, nee, die tafel heb ik maar laten staan, die stond daar wel goed,’ en, zachtjes lachend om niks, waarom zouden ze ook lachen? –‘ja, die koffiepot, die heb ik nieuw.’

De korte stiltes jagen maar weinig angst aan. Hoe de geschiedenis zich voordoet, op onbewaakte ogenblikken en te lang durende pauzes, er is weinig tijd voor spijt en nu is er geen tijd meer whatsoever, de balans is opgemaakt.

De vrienden zitten aan tafel en het lange wachten ontspant, het wordt loom en vloeibaar, het is mogelijk, maar het hoeft niet, het is en het blijft, voorgoed beseffen ze, allebei en tegelijkertijd, al lang gedaan.

Dan pas kijken ze elkaar aan.

Any body

Die bitse bitch heeft met haar geniepige
nijptangnagels het hart van mijn geliefde opzettelijk
aan flarden geschraapt en zijn vermogen
tot beter weten aangetast, maar ik lees

hier in de viva dat ik meer verdien
dan de poppen van zijn ogen,
ik ben een nijlpaard, standvastig en stevig, ik zou graag
zien dat hij lijdt als een waterplant, zij stinkt

naar feta en sardines zoals we die aten
bij zijn moeder en zijn grijpgrage vader
maar vertellen hoe snel zijn computer ging en dat hij
bevriend was met kees verkade.

Ik heb nu niets meer behalve dit lege huis,
drie zwembaden en een opgezette huid,
een hond genaamd beowulf, een foeterend toernooi
dat ter mijner ere rondbazuint, terwijl ik positief

realistisch probeer te blijven, en vooral
te allen tijde mezelluf – wat je zegt,
gezond.