I
We kopen een boot.
We zullen hem twee namen geven.
“De ark des verbonds”
of “Mientje”.
We kunnen ook een jacht kopen:
“De verheffing van het proletariaat.”
Henk. Die heeft het wel goed gezien:
van 1900 tot 2000,
daar mag links wel trots op zijn,
links: de waarheid niet van alle
maar van de meeste mensen misschien,
je moet een aantal dingen vaststellen.
Die hele waardenkwestie bijvoorbeeld,
positief of negatief, waartegen je iets onbepaalds moet stellen:
“Wat wil je nou eigenlijk?”
‘Het plot wordt dikker’ (Dickens),
het politieke plot, we lopen nu hier, aan de rand van de tijd.
II
De toekomst, nu beter dan ooit!
III
Want, even serieus, ik zie, het is binnenkort mogelijk
- ik zeg het met een zucht -
geen van ons kan het bevatten: wat uranium, of een molen,
we kunnen de energie aan- en uitzetten.
Ik zie
(de angst voor oceanen
zwemresorts
meermensen
(wij als Nederlanders: alle hens aan dek!))
Waar ik denk dat je rekening mee moet houden:
de leeuwenkuil slurpt iedereen op,
ik zie het heden somber in.
Misschien kunnen we eindelijk ophouden met oorlog voeren,
het gerommel van legerdivisies,
dat ons stoort.
Het kolonialisme heeft voor veel muziek gezorgd,
daarnaast ook veel verkeerd gedaan.
De grammofoonplaat komt niet voort uit de militaire industrie, wel
de kunstmatige intelligentie, een manische obsessie.
IV
Ik wil neurotische televisie maken: het Journaal, grr, pff, wiew,
daarna shownieuws, dan het weer, dan stilte, dan het postmodernisme,
zelfs hiphop is afgelopen,
in Nederland – ik zou een huis in Frankrijk willen hebben,
met een boot.